Vermogensopbouw in box 1 of box 3? De ideale mix.

Geplaatst op Geupdate op

door Greetje Remmerde – Pensioendoehetzelf.nl (25-03-2015)

Vorige keer schreef ik over de zogenaamde omkeerregeling en hoeveel deze fiscale faciliteit je op kan leveren. De doorgaans positieve effecten op het rendement kunnen een goede overweging zijn om je pensioenvermogen op te bouwen in box 1. Maar welke overwegingen spelen nog meer een rol. Is er een alternatief? En wat is de ideale mix?

Belastingvoordeel
Fiscaal gefaciliteerde vermogensopbouw (in box 1) levert vaak belastingvoordeel op. Dit komt doordat je van de fiscus belastinguitstel krijgt. Veel mensen vallen in de uitkeringsfase in een lager belastingtarief dan in de opbouwfase. Dit verschil in belastingtarief is dan winst.

En ook al val je, na pensionering, niet in een lager belastingtarief, dan nog is vermogensopbouw in box 1 gunstig omdat de spaarpot is vrijgesteld van vermogensrendementsheffing. Dat scheelt nog eens 1,2% per jaar. Tel uit je winst bij een lange looptijd!

Flexibiliteit
Er is wel een keerzijde: de fiscus geeft je dit belastingvoordeel, maar stelt in ruil daarvoor wel eisen aan de besteding van dit geld. Deze eisen hebben betrekking op wanneer je het geld mag gebruiken (namelijk: vanaf de je AOW leeftijd heb je 5 jaar de tijd om je spaarpot om te zetten in een uitkering) en er is een maximum gesteld aan de jaarbedragen.

Dit fiscale keurslijf is voor je ouderdomspensioen geen probleem, maar zou je het geld aan willen wenden om eerder met werken te stoppen dan kan dat niet. Ook is het niet toegestaan om tussentijds aan je geld te komen en als je dat wel doet, betaal je een fikse boete. Fiscaal gefaciliteerde vermogensopbouw belemmert je dus in je flexibiliteit.

Alternatief
Tegenover fiscaal vriendelijke vermogensopbouw in box 1 staat vermogensopbouw in box 3. Je betaalt dan weliswaar jaarlijks vermogensrendementsheffing, maar als vrijheid blijheid jouw motto is, zul je deze prijs daarvoor wel willen accepteren. Je houdt de optie open om bijvoorbeeld tussentijds aan je geld te kunnen komen of je geld aan te wenden voor vervroegde pensionering.

Box 1 of box 3?
Wat is nu wijsheid? Om deze vraag te beantwoorden moet je eerst voor jezelf in kaart hebben hoeveel pensioen je nodig hebt. Maak daarbij een onderscheid tussen pensioen dat je nodig hebt om minimaal van rond te kunnen komen (dit noemen we “leef” pensioen) en het gedeelte van je pensioen dat meer bedoeld is voor luxe (dit noemen we “leuk” pensioen). Als je dit onderscheid helder hebt kun je als volgt te werk gaan:

  1. Breng je ”leef” pensioen zo veel mogelijk onder in box 1.
  2. Voor je “leuk” pensioen kun je (als je over voldoende jaarruimte beschikt) kiezen of je vermogen wilt opbouwen in box 1 of in box 3.
  3. Kies voor het “leef” pensioen een product waarbij je niet (of zo min mogelijk) het risico loopt dat de opbrengst tegen zal vallen; zoals een spaardeposito of een defensieve belegging.
  4. Voor je ‘leuk” pensioen kan je meer risico aan je portefeuille toevoegen (aandelen bijvoorbeeld).

De uiteindelijke invulling van je risico/rendementsprofiel hangt natuurlijk van allerlei zaken af. Maar bovenstaande blijft een prima uitgangspunt!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s